Uitgangspunten ECWD

“Organisch wonen is wonen zonder de kramp van de buitenmuren te voelen; een plek waar de ziel groot en vrij kan zijn. Daarom houdt een organische architect zich allereerst bezig met vormgeven aan het leven”.

(Herman Rademakers, Project Cathelijne, St. Oedenrode).

Inleiding

Om te komen tot een concreet Programma van Eisen op grond waarvan onze architect kan werken is het belangrijk te weten waar wij voor staan: wat zijn onze uitgangspunten en welke doelstellingen streven wij na. Onderstaand stuk heeft tot doel dit zo goed maar ook zo compact mogelijk op papier te zetten, om als basis te dienen voor het opstellen van het Programma van Eisen en om in een later stadium onze keuzes te toetsen. Tevens is dit een uitdrukking van onze identiteit, zodat nieuwkomers zich wel of niet hierin kunnen herkennen.

Uitgangspunten

De Vereniging Ecologisch Centraal Wonen Driebergen wil een woonproject tot stand brengen van 20 woningen en een leefomgeving creëren waar geleefd en gewoond kan worden vanuit respect voor ieder individu en voor het milieu.

Ecologie volgens Van Dale: leer van de betrekkingen tussen organismen en hun omgeving. Vaak wordt dit alleen betrokken op de natuur. Wij willen het begrip ecologie echter verbreden tot het milieu en het sociale aspect. Waar het gaat over bouwen willen wij het begrip duurzaam bouwen gebruiken.

Wij verstaan onder ‘Ecologisch Centraal Wonen’ een bebouwing passend in het landschap en geďntegreerd in een stedenbouwkundige visie. De bouwstijl moet levendigheid en eenheid uitdrukken, geďnspireerd door organische vormen, zodat mensen zich er met hart en ziel kunnen thuis voelen. Ook behelst dit het scheppen van een gezond leefklimaat, dat versterkt kan worden door bijvoorbeeld veel groen rondom de woningen en door in de bouw gebruik te maken van duurzame materialen, schone energie en energie- en waterbesparende maatregelen.

Onder ‘Ecologisch Centraal’ verstaan wij ook nabuurschap, niet alleen voor de projectbewoners, maar ook voor de dorpsgemeenschap. Al deze ingrediënten samen kunnen een stimulans worden voor welzijn en ontplooiing van de toekomstige bewoners.

Samenvattend spelen in Ecologisch Centraal Wonen de volgende onderdelen een belangrijke rol:

  1. gemeenschapszin, d.w.z. het gemeenschappelijke realiseren van dit project en het gezamenlijk dragen van verantwoordelijkheden zowel voor als na de totstandkoming van de woonwijk en haar omgeving.
  2. sociale rechtvaardigheid, d.w.z. woonmogelijkheden bieden voor verschillende inkomensniveaus.
  3. bouwen in eigen beheer en bewonersparticipatie, d.w.z. vanuit het zelf opdrachtgever zijn willen de toekomstige bewoners in samenspraak met de architect bepalen hoe de wijk en de individuele huizen eruit komen te zien.
  4. duurzaam bouwen en wonen, d.w.z. bouwen in overeenstemming met de omgeving en met oog voor de lange termijn zowel op het gebied van materiaalkeuze en energieverbruik als ook op de (mogelijke) wijze van bewoning.

Bovenstaande vier punten vinden hun vorm in de volgende doelstellingen.

Doelstellingen

1. gemeenschapszin

Ad 1.1  Door als groep blijvende verantwoordelijkheid te dragen voor hetgeen we bouwen en waarin we zelf willen wonen creëren we optimale leefbaarheid (zie punt 4 van doelstellingen) en sociale veiligheid.

      1.2  Na het realiseren van het project beheren de bewoners zelf voor zo ver mogelijk het woongebied inclusief de openbare en semi-openbare ruimte; bijv. middels vereniging van eigenaren.

      1.3  Het bouwen van een gemeenschappelijke ruimte is een van onze doelen; het proces van verwezenlijking hiervan is een extra mogelijkheid om onze vorm van gemeenschappelijkheid te vinden.

      1.4  Een ieder levert naar eigen vermogen actief een bijdrage aan het tot stand komen én het voortbestaan van het project

2. sociale rechtvaardigheid

Ad 2.1  Toegankelijkheid voor iedere inkomensgroep wordt, voor nu en in de toekomst gegarandeerd door de bouw van sociale huurwoningen, sociale- en vrije sector koopwoningen.

      2.2  Voor de lastenverdeling van verenigingscontributie wordt ieder lid gevraagd een geldelijke bijdrage te leveren naar eigen inzicht. De som van alle bijdragen dient uiteindelijk kostendekkend te zijn.

      2.3  Voor de lastenverdeling van de beheerskosten van de gemeenschappelijke ruimten (zowel binnen als buiten) wordt gezocht naar een vorm die recht doet aan de individuele mogelijkheden en onze uitgangspunten.

3. bouwen in eigen beheer en bewonersparticipatie

Ad 3.1  De vereniging is zelf opdrachtgever.

      3.2.  Ieder lid/huishouden werkt actief mee door deelname aan een van de werkgroepen.

      3.3.  Elke werkgroep heeft een werkgroepcoördinator. Deze is verantwoordelijk voor de communicatie tussen de werkgroepen c.q. leden en het bestuur. De bestuursvoorzitter is geen werkgroepcoördinator.

      3.4.  We kiezen voor een architect die ervaring en affiniteit heeft met het werken met een toekomstige bewonersgroep.

      3.5  De mogelijkheid wordt geboden om mee te bouwen aan de eigen woning dan wel de woning zelf af te bouwen vanaf een bepaald stadium.

4. duurzaam bouwen en wonen

Ad 4.1  Duurzaam bouwen houdt mede in dat het ontwerp en de bouw veranderbaarheid van de ruimtes en flexibel gebruik mogelijk maken, zodat de woning levensloopbestendig kan zijn.

      4.2  Energiebesparing neemt een belangrijke plaats in. Er wordt zo veel mogelijk gebruikgemaakt van natuurlijke energiebronnen zoals aardwarmte wind- en zonne-energie (en dus zo min mogelijk van fossiele brandstoffen).

      4.3  Niet alleen de technische kant maar ook het aspect van gebruiksvriendelijkheid en gezondheid is in de keuze van belang.

      4.4  Duurzaam en dus gezond wonen betekent ook dat de woningen voldoende geluidsgeďsoleerd zijn. Ook houdt dit in dat er een verschil dient te zijn tussen dag en nacht, licht en donker: geen nodeloze schijnwerpers vlakbij de woningen. De buitenomgeving dient tevens uitnodigend te zijn voor kinderspel.

      4.5  Bij de keuze van materialen en energiesoort is het belangrijk om te letten op een sociaal en duurzaam bedrijfsbeleid in de totstandkoming van het product.

      4.6  Er wordt gebruik gemaakt van duurzame, vernieuwbare (natuurlijke) en/of gerecyclede en recyclebare materialen.

      4.7  Aandacht wordt ook gegeven aan de mogelijkheid van water- en energiebesparende innovaties, zoals bijvoorbeeld het opvangen van regenwater en mogelijk het creëren van een dubbel watercircuit, een ‘grijs’ watercircuit naast het leidingwatercircuit.