

Door de architecten maart 2005
Het terrein bestaat landschappelijk gezien uit twee delen: Het bos en de voormalige moestuin (open parkbos), hiertussen bevindt zich een tuinmuur met poort. Het bos blijft vrij van bebouwing en van wegen, het blijft een rustig en onaangetast natuurgebied. Ter plaatse van de tuinmuur begint de nieuwe bebouwing, die bestaat uit 20 woningen rond een groene binnenplaats. De bebouwing is compact gehouden om zo min mogelijk beslag op het terrein en de natuur te leggen en is zo geplaatst dat waardevolle bomen en begroeiing gespaard worden en opgenomen zijn in het plan. De bebouwing loopt op van laag (6 m) naar hoog (12 m) onder een oplopend begroeid dak: de grond waar gebouwd wordt, wordt als het ware teruggelegd op het dak. De bebouwing is het hoogst (vier verdiepingen) aan de boskant, vanwege de enorme hoge dennen daar (±20 m.) en het laagst waar het terrein het meest open is. De binnenplaats opent zich naar het zuiden en is te bereiken via een pad langs het bos (oostzijde), waarlangs op halfverharde plaatsen geparkeerd kan worden. In aansluiting op dit pad is een parkeerkelder gepland onder het oostelijke bouwblok, waar ruimte voor 6 auto's is, naast bergingen en een gemeenschappelijke werkplaats. Een poort verbindt binnenplaats en omringend natuurgebied/bos, aan deze poort ligt een gemeenschappelijke ruimte.
De bebouwing bestaat uit twee blokken die in elkaar grijpen: het blok aan de westzijde is gekromd, de woningen die zich hierin bevinden liggen allemaal onder het gemeenschappelijke groene dak, dat oploopt van twee naar vier hoog. De woningen in dit blok zijn vertikaal georganiseerd en hebben hun ingang aan de pleinzijde. Het blok aan de oostzijde bevat woningen die horizontaal georganiseerd zijn (appartementen), deze worden ontsloten aan de noordzijde, de boskant, d.m.v. een lift annex trappenhuis.
Het kenmerkende aan dit bouwdeel zijn de schuin aflopende terrassen/hangende tuinen op de kop aan de zuiloostzijde; de verjonging naar boven toe maakt een uitnodigende indruk als entree van het gebied en naar de omgeving toe.
Het knooppunt van beide blokken wordt gevormd door een poort en een pleintje op de tweede verdieping. Hieraan liggen de wat kleinere woningen (maisonnettes).
Het gebruik van zoveel mogelijk hout in de constructie en in de gevels, niet alleen vanwege de uitstraling, maar ook vanwege de voordelen van een lichte constructie. In de kleurkeuze is een onderscheid gemaakt tussen binnenplaats en buitenkant: de gevels aan de binnenplaats zijn lichter van kleur gehouden dan die van de buitenkant, waar druppende bomen hun sporen zullen achterlaten. De kookverf is gemaakt op basis van natuurlijke pigmenten, de toon is gedempt.
Het gebogen blok is aan beide zijden bekleed met een ruwhouten betimmering, afgewerkt met Finse kookverf. Aan de pleinzijde is gekozen voor een combinatie van okergeel en lichtgroen, waarbij tintverschillen het gevelbeeld verlevendigen. Aan de “boszijde” is gekozen voor steenrood gecombineerd met lichtgroen voor de terugliggende delen. Ook hier kunnen tintverschillen zorgen voor een individuele expressie.
De gevel van het appartementengebouw bestaat aan de pleinzijde uit een steenvezelplaat waarop een houten latten-structuur is aangebracht voor begroeiing. Deze bekleding wordt afgewisseld met bovengenoemde ruwhouten betimmering (rood) voor de uit- en inspringende gevelvlakken De gevel aan de boszijde bestaat voor een groot deel uit baksteen (een referentie aan de bestaande tuinmuur). Deze bakstenen muur kan gedeeltelijk begroeien als overgang naar het dichte bos.